Hiermee bedoelen we de manier waarop energie wordt opgewekt. Dit kan duurzaam zijn, of niet. Er zijn twee soorten stroom: grijze en groene. In het gebruik is er geen verschil, wel in de belasting voor het milieu.
Gewone stroom
Om deze stroom op te wekken, worden grondstoffen gebruikt die ooit op zullen raken, zoals aardgas of steenkool. Bij het productieproces komt bovendien CO2 vrij, een van de oorzaken van het broeikaseffect. Een andere manier om grijze stroom te maken, is via kernenergie. Het afval dat hierbij ontstaat, is schadelijk voor het milieu.
Groene stroom
Deze stroom heet ‘groen’ doordat het opwekken ervan veel minder schadelijk is voor het milieu. Er is een verschil tussen groene stroom op basis van ‘biomassa’ en ‘natuurstroom’.
Biomassa
Plantaardig of dierlijk (rest)materiaal heet biomassa. Door dit natuurlijke afval te verbranden, kun je energie opwekken. Dit is beter voor het milieu dan de productie van grijze stroom, maar er komen nog steeds schadelijke stoffen bij vrij. Stroom uit biomassa is dus niet
CO2-neutraal. De prijs ervan is meestal gelijk aan die van grijze stroom.
Natuurstroom
Dit is de schoonste vorm van stroom die er bestaat. Het wordt gemaakt van natuurlijke bronnen die niet op kunnen raken, zoals wind, water of de zon. Deze stroom is volledig
CO2-neutraal. Bij de meeste energieleveranciers is natuurstroom iets duurder. Maar door voor natuurstroom te kiezen, draag je rechtstreeks een steentje bij aan een beter milieu.